Saturday, October 22, 2005

Friendshipbridge

19 oktober. Na een baguette met Franse kaas bezocht ik de laatste tempel die ik wilde zien: Pha That Luang. Een met bladgoud bedekt complex in de vorm van een lotusbloem. Al lezend kwam ik erachter dat in 1641 ene Gerrit van Wuystoff een lid van de Nederlandse Oostindische compagnie hier was ontvangen door koning Suriya Vongsa, en totaal onder de indruk was geweest van de enorme pyramide. Eenmaal terug in het centrum van Vientiane ging het feestgedruis daar voor de laatste dag door met een hoop speakers die op volle toeren draaiden en waarvan ik dacht dat ze het eind van de dag niet zouden halen. Ik kwam een Nederlands meisje, Maaike, tegen en lunchte met haar. Ze vertelde me over een reportage die ze in Cambodja had gemaakt over straatkinderen. Erg indrukwekkend. Na de lunch liep ik nog wat door Vientiane en een kerel van 2 meter of meer, die uit Lesotho bleek te komen, had bedacht met mij mee te lopen. Eerst dacht ik wat moet ik hier nu mee, sprak gebrekkig Engels maar ik dacht dit is leuk om iets over Lesotho te weten te komen en we dronken wat op een terras aan de Mekong. Hoewel menig reiziger naar een land gaat om de bezienswaardigheden was de Lesother hier duidelijk naartoe gekomen om de vrouw van zijn dromen te ontmoeten en liet dit ook merken. Ik wilde niet in zijn reisverhaal voorkomen en probeerde het gesprek een andere kant op te laten gaan, maar hij bracht het ietwat gefrustreerd op de blank-zwart problematiek in zijn land. Toen hij begon te klagen dat hij zijn cheque van 3000 dollar niet kon wisselen in Kip wegens een te groot bedrag, gaf ik een vriendelijk "Marga van Praag" knikje en liet me opnemen in de mensenmassa van Vientiane. Om vijf uur 's middags zou mijn nachtbus naar Bangkok vertrekken en met slechts een uur vertraging werd ik om zes uur opgehaald. De reis verliep verder vlekkeloos en zonder karaoke. We gingen de Friendship Bridge over welke Laos met Thailand verbindt. Ik werd Laos uitgelaten en Thailand in en na de grenscontroles wachtte een gratis rijstmaal en in de nacht sjeesde de bus naar Bangkok. Af en toe opgeschrikt door bijna aanrijdingen stond ik al om 5 uur 's ochtends in Bangkok. (6 uur was de planning en met een uur vertraging nog in het achterhoofd lag de chauffeur dus goed op schema. Er was nog haast geen hostel geopend en het enige wat duurdere hostel dat ik kon vinden in de wijk Banglamphu had een perfecte kamer met een zwembad op het dakterras! Ik besloot eerst een paar uur bij te slapen en vervolgen winkelde ik wat op Kao San Road. Een megamarkt waar je werkelijk van alles kan kopen, met name goedkope kopie cd's. Na deze uitputtingsslag besloot ik nog een relaxte massage te nemen en de avond eindigde in een barretje op Soi Rambuttri.
21 oktober. Ik had prima geslapen in mijn "luxe" kamer en om half elf ontbeet ik in een restaurantje om de hoek. Daar kwam ik toevallig de Oostenrijker Nick, waarnaast ik in de bus had gezeten van Vientiane naar Bangkok, tegen. Hij besloot ook naar het "resort" te verkassen aangezien zijn huidige kamer niet beviel. Zo checkte ik uit en hij in. Mijn vlucht naar Amsterdam vertrok pas om half drie 's nachts en tot mijn nachtbus naar het vliegveld ging had ik geen plannen. Daarom besloten we samen wat door Bangkok te lopen. Op markten kwamen we eigenaardige dingen tegen, bijvoorbeeld half afgekloven kunstgebitten. We liepen snel aan dit onsmakelijke geheel voorbij en dronken vele fruitshakes onderweg. Aan het eind van de middag namen we een duik in het zwembad van het hotel. Ik min of meer illegaal aangezien ik die ochtend had uitgecheckt, maar aan de andere kant had ik ook moeten betalen om mijn bagage op te kunnen slaan. Daarna gingen we eten in een restaurantje. Nick bleek ongeveer hetzelfde around the world ticket te hebben dat ik had gehad en ik kon hem veel tips geven. Hoewel dit mijn Thaise afscheidsmaal was had ik gekgenoeg helemaal geen trek en naarmate de avond vorderde voelde ik een koorts/griep mijn lichaam binnentreden. Wat nu, bijna 40 graden koorts en binnen 2 uur zou mijn bus naar het vliegveld vertrekken. Hier kwam de vriendelijkheid en gastvrijheid van de Oostenrijker om de hoek met het aanbod dat ik in zijn kamer wel even mocht slapen terwijl hij ondertussen ging internetten. Aangezien ik die ochtend al uitgecheckt was kwam dit als een geschenk uit de hemel. Ik nam wat Ibuprofen en rond half elf was ik totaal slap en verdwaast, maar de koorts was gedaald. Nick hielp als een ware broeder mijn tas op de bus te laden en zo nam ik wazig afscheid van Bangkok en Nick. Rond twaalven arriveerde ik duizelig bij de incheckbalie waar ik incheckte voor de vlucht van half drie 's nachts naar Amsterdam. In het vliegtuig zat ik naast een Australische die haar dochter in Den Haag ging bezoeken. De twee stoelen tussen ons in bleven leeg. We spraken af dat we ombeurten op drie stoelen konden liggen en zo sliep ik me beter. Om kwart voor tien de volgende ochtend stond ik op Schiphol waar ik werd verrast door Benno en Corrine, heel leuk. We reden naar Rotterdam en bij het bekijken van de foto's eenmaal thuis veranderden drie weken vakantie in een mooie herinnering.

Thursday, October 20, 2005

Na regen komt feesten

17 oktober. Bij het ontbijt kwam ik Oliver tegen. Hij had bij de bank geprobeerd dollars op te nemen en ontving het opgenomen bedrag in half Dollars, half Kip. Hij kon het de bankmedewerker niet duidelijk maken dat hij alleen dollars wilde, nu zat hij vlak voor zijn vertrek naar Vietnam opgescheept met een pak waardeloze Kip biljetten. Om zijn ellende compleet te maken kreeg hij bij het hostel in plaats van muesli met melk, melk met enkele ronddrijvende muesli stukjes. Een goede reden voor hem om te vertrekken. Na het ontbijt liep ik door het centrum van Luang Prabang en zag gekleurde Frans koloniale huizen afgewisseld met wat vervallen Laos huizen. Ik nam een fruitshake op een terrasje aan de Mekong rivier en zag hoe men de jaarlijkse bootraces activiteiten aan het voorbereiden was. Een hele happening hier dat gepaard gaat met vuurpeilen en het voelde als een soort oudjaarsdag zonder oliebollen. Luang Prabang heeft talloze tempels en aangezien ik een beetje "tempelmoe" was bezocht ik de volgens de reisgids beste tempel Wat Xieng Thong. Zoals gedacht: tempelmoeie mensen moeten ook hier niet naartoe. Het was best mooi, maar ik kon niet echt zeggen bijzonder. Tijdens het vervolg van mijn wandeling kwam ik een collega, Arne, met zijn vriendin Maartje al fietsend tegen. Nou ja! De wereld is maar weer klein. We spraken af 's avonds een biertje te drinken. Na een lunchstop bij een Indiaas restaurant bezocht ik het paleis. Groot met pracht en praal van binnen en ook nog met een aantal goede schilderijen. Het eind van de middag besteedde ik aan de markt voor het kopen van souvenirs. Ongelooflijk hoeveel kleden er op straat lagen met bijna allemaal dezelfde producten. Je vraagt je af hoe het uitkan. 's Avonds gezellig gegeten met Arne en Maartje. De Volgende ochtend moest ik vroeg opstaan wegens mijn geboekte toer per boot over de Mekong naar de Pak Ou grotten. Ik zou worden opgehaald door een tuk-tuk en deze stond al te popelen terwijl ik het laatste stuk stokbrood nog probeerde weg te werken. De tuk-tuk scheurde even later naar een ander hostel om twee Duitsers, Jorgen en Katie, op te halen. De boottrip was erg mooi en zoals op elke toer in Luang Prabang werd er aangemeerd bij een zogenaamd "traditioneel" dorp waar je niet om voorafgenoemde souvenirs heen kon. Er werden sjaals, sieraden en flessen Lao Lao met desgewenst een slang of schorpioen erin verkocht. Zonder enige aankopen voeren we verder naar de grotten. Onderweg stapte een local van de boot die onder veel gelach en gezwaai, vooral van Jorgen, een dorp in liep. De hoogstgelegen grot was nogal donker waarop Jorgen als enige commentaar gaf: dunkel, schmutzig, stinkig. Dit gevoel werd weggenomen door de beneden gelegen grot. Hier waren massa's miniatuur boeddha's te zien. Op de terugweg werd de local weer opgepikt en Jorgen en Katie ontvingen hem als een verloren zoon. Lustig. Rond het middaguur waren we terug in Luang Prabang en ik at nog een afscheidscurry en las wat. Om vier uur reed een tuk-tuk mij naar de luchthaven van Luang Prabang. Het stelde niet veel voor, een huisje waar ik incheckte en een douane die hartelijk mijn twee-delige paspoort in ontvangst nam. Na deze plichten mocht ik nog even naar buiten lopen. Daar zat ik dan op een soort parkeerplaats aan een tafeltje met parasol met het geluid van een geit op de achtergrond. Even verderop hield een tuinman de plantjes bij. Om zes uur 's avonds vertrok het vliegtuig en bij het opstijgen zag ik nog net hoe de laatste medewerker het licht van de luchthaven uitdeed. Na veertig minuten landde ik in Vientiane en hoe rustig het in Luang Prabang was des te drukker in Vientiane. Een local in de tuk-tuk wist mij te vertellen dat het jaarlijkse feest ter gelegenheid van het eind van het regenseizoen was losgebarsten. Geweldig overal verlichting, vuurwerk en vooral heel,heel veel mensen. De vorige herinnering aan een dorpachtig Vientiane verdween als regen voor de zon. Dit soort festiviteiten had als nadeel dat er geen hostel te vinden was dat niet vol was en met rugzak en al ging ik op in de feestvreugde van hossende mensen. Al zwetend vond ik toch nog ergens een hok voor slechts drie dollar. Ik at wat en ging naar een bar op een dakterras waar ik al eerder met Judith en Oliver was geweest. Hier had ik prima uitzicht op het feestgedruis beneden. De rust werd ietwat verstoord door drie gezette dronken Japanse zakenlieden, die mij wel mee wilden nemen naar een nachtclub. Dit vriendelijk afgewezen en een gesprek over Japanse eetgewoontes begonnen en ze later nog dronkener achtergelaten.

Sunday, October 16, 2005

Hard trekking

De vorige avond was ik ook Richard tegengekomen, een Australier die in Tasmanie woont en die ik al eerder had ontmoet in Pakse. Hij bleek net zoals ik de volgende dag een trekking door de bergen van Vang Vieng te willen doen. We liepen naar het reisbureau en daar kwamen we Oliver tegen die hetzelfde in gedachten had. De reisbureau medewerker vertelde dat het een zogenaamde "hard trekking" betrof. Zo vertrokken we 13 oktober om half tien met gids per tuk-tuk naar het beginpunt. Oliver (uit Leeds) had een extra reden om de trekking te doen. De vorige avond was de wedstrijd Engeland-Polen in de kroeg niet uitgezonden wegens tijdsverschil en zou pas deze avond te zien zijn (wanneer de uitslag al bekend zou zijn) en hij wilde kostte wat het kost van geen enkele andere reiziger horen wat die uitslag was. In het dorp waar we eerst doorliepen was een basisschool en Richard en ik maakten grappen of we de kinderen zouden vertellen dat er een Engelsman in ons midden was waarop ze waarschijnlijk alle voetbalstanden rond zouden schreeuwen. In plaats daarvan moesten we snel door het dorp lopen aangezien de kinderen met een geheel andere sport bezigwaren: jeu de boules maar dan met slippers, erg grappig. De dingen vlogen ons om de oren. De eerste berg die we beklommen was de Patao. Het was behoorlijk afzien door zeer aanwezige zon en de steile rotsen en de tocht kon inderdaad als "hard trekking" worden bestempeld. Al hijgend en puffend kwamen we aan de top waar vervolgens door de dichte bomen niks te zien was. Pas bij afdaling kregen we mooie uitzichten op kalksteenrotsen. Rond lunchtijd kwamen we aan bij een idyllische rivier met waterval waar we hebben gezwommen terwijl de gids een bbq aanmaakte en ondertussen nog een extra visje ving. We zaten midden in de natuur en hoorden alleen wat vogels, de waterval en wat insecten op de achtergrond. De gids vond het na een uur welletjes en besloot dat we de tweede berg op moesten, Paxon genaamd. Het viel niet mee met een volle maag jezelf omhoog te hijsen maar deze keer was er een mooi uitzicht op de top. Daarna kwam de volgende afdaling die wat pittiger was dan de vorige. De rotsen en paden waren glad en we moesten opschieten aangezien er donkere wolken boven onze hoofden dreigden. Tijdens de laatste paar stappen brak de lucht open en goot de regen voor minuten kaarsrecht naar beneden. Wat een wolkbreuk. We waren net weer droog van het zwemmen. De gids gaf ons tevergeefs een plantenblad als paraplu cadeau en we waadden ons door een rivier naar de volgende attractie, de grot Tham Nam. Ik leegde mijn met water gevulde bergschoenen en vervolgens moesten we op een rubberband te water. Ik vroeg mij af of dit een toeristische trekking was of een oefening voor het Laos leger. We sleepten onszelf aan een touw door het water de grot in, maar eenmaal binnen was het erg mooi. Aan het eind konden we net in het water staan en vervolgens maakten we een ererondje te voet door de grot. Eenmaal buiten de grot zwommen we nog wat en liepen vervolgens door naar de Tham Sang grot, waar je een uit de rotsen gehakte olifanten beeld kon zien, niet echt bijzonder. De gebedsvlaggetjes/slingers daarentegen leken mij wel bijzonder, maar op de vraag wat er toch op geschreven was antwoorde de gids dat het gewoon een slinger was die gemaakt was van papier van oude schoolboeken. Na deze laatste bezienswaardigheid stond de tuk-tuk op ons te wachten om ons weer terug te brengen naar Vang Vieng. Moe maar voldaan na deze geslaagde dag zetten we ons neer in de Sunrise bar waar Engeland - Polen werd uitgezonden. Oliver was erg blij dat hij de gehele dag nergens een uitslag had gehoord, maar op het allerlaatste moment werd dit gevoel keihard de grond ingestampt door een presentator die doodleuk vijf minuten voor aanvang de eindscore meedeelde, hillarisch! Ondertussen schoof (letterlijk schoof) Grant aan, hij had zich tegoed gedaan aan de zogenaamde "happy pizza" en maakte gedrogeerd de wedstrijd, die eindigde in een 2-1 voor Engeland, mee. Op 14 oktober besloot ik het rustig aan te doen na de trekking van de dag ervoor. Rond een uur had ik met Oliver afgesproken om een buskaartje naar Luang Prabang te kopen voor vertrek de volgende ochtend. Daarna gingen we poolen in de Sunrise bar, dat ik helaas verloor. De rest van de middag bracht ik door op het balkon van mijn hostel. Toen het wat koeler werd aan het eind van de middag besloot ik een wandeling te maken over de bamboe voetbrug in de buurt van het hostel. Niet echt spectaculair, maar wel leuk om te kijken hoe een locale visser probeerde zijn boot van de kant te krijgen. Het traditionele moment werd uiteindelijk verstoord door zijn mobiel die afging. 's Avonds kwam ik Annemieke en Jenny weer tegen die net terug waren uit Luang Prabang. Het was een gezellig weerzien. Vang Vieng is tevens berucht door de "happy" menu's die door de restaurants aan worden geboden en Jenny probeerde verschillende shakes en cakes om later te constateren dat ze geen effect op haar hadden. We speelden nog een paar potjes pool en dit keer ging het me beter af dan die middag. Uiteindelijk wilde de eigenaar tegen mij spelen en zo werd het Laos-Nederland 0-1. Ik nam wederom afscheid van Annemieke en Jenny en de volgende ochtend vertrok ik samen met Oliver per minibus naar Luang Prabang. Ik zat naast twee Fransen die niks zeiden en voorin zaten nog drie Nederlanders die alleen maar over werk praatten en hoe goed ze hun talen wel niet spraken. Verder zaten er nog twee Duitse meisjes in de bus en voorin een cowboy met hoed uit Australie. Tijdens de eerste stop begon de cowboy een monoloog tegenover ons en was onverstaanbaar. Hij leek wel aardig vriendelijk, maar tijdens een volgende stop werd hij irritant door zijn betweterige manier van vertellen, totdat ik uiteindelijk een kleine ruzie met hem kreeg over het feit of Nederlanders nu wel of niet een visum in Nederland moesten halen voor Indonesie. Eigenlijk interesseerde de hele discussie mij niet echt, waar gaat het uiteindelijk over.. maar de cowboy dacht daar anders over en ging over op een stilzwijgen. Na bochtige wegen kwamen we aan het eind van de middag aan in Luang Prabang. Samen met de Nederlanders namen we een tuk-tuk van het busstation naar het centrum. Oliver en ik wilden naar het goedkope Thavisouk guesthouse, maar de drie Nederlanders naar een duurder optrekje, dus daar werd eerst gestopt. Net op het moment dat wij verder wilden riepen ze of ze toch niet nog met de tuk-tuk mee konden naar een ander hostel, ze waren zo besluiteloos en erg onbeleefd tegen de tuk-tuk bestuurder. Eenmaal bij het Thavisouk hostel aangekomen stapten wij uit, maar de Nederlanders besloten dat ook dit niet aan hun wensen voldeed en zij reden verder. Na het inchecken aten we ergens een curry. 's Avonds kwamen we Richard, de Tasmanier, weer tegen en zo was de "hard trekking" ploeg weer verenigd. We hadden erge lol om alle menu's die in de centrale straat werden aangeboden zoals: chocolate flambèrt, waffle with sausage, marguerita with triple sex, breast fast en Richard wist nog te vertellen dat hij ergens een aanbieding had gezien voor een pubic boat to Pak Bang. Richard vertrok de volgende dag voor een drie daagse kayaktocht en Oliver en ik wilden een scooter gaan huren om naar de Tat Kuang Si watervallen te gaan, maar dat bleek nog niet zo gemakkelijk wegens alle aangeboden geregelde tours die we juist wilden vermijden. Eerst liepen we de Phu Si heuvel in het centrum van Luang Prabang op en even later probeerden we tevergeefs een scooter te bemachtigen en belandden uiteindelijk in een tuk-tuk die ons in drie kwartier over een gravel weg bij de watervallen bracht. De watervallen waren erg de moeite waard. Slechts een paar toeristen en een parkachtige omgeving die hopelijk erg mooie foto's oplevert. Na twee uur te hebben rondgelopen namen we de tuk-tuk weer terug naar Luang Prabang en het was leuk om te zien hoe op dat moment bussen vol georganiseerde tours opweg waren naar de watervallen. Dat hadden we mooi vermeden. Het was halverwege de middag toen we weer terug waren in Luang Prabang en we lunchten bij een Indier. We hadden de vorige avond al ondervonden dat men aan de overkant erg lekker ijs verkocht en zo verplaatsten we ons voor het dessert naar de overkant van de weg. De rest van de middag besteedde ik aan het lopen langs de Mekong rivier en boekte een vlucht voor dinsdag naar Vientiane. Ik had geen behoefte aan nog een 11 uur durende busreis. 's Avonds dronken we een afscheidsbiertje aangezien Oliver de volgende dag naar Hanoi vertrok.

Thursday, October 13, 2005

Tour du Laos

9 oktober deden Annemieke en ik na de vermoeiende busreis niet veel meer. We aten heerlijke baguettes bij een croissanterie in Vientiane. 's Avonds haalde Annemieke een Engelse vriendin, Jenny, van de luchthaven, waarmee ze de komende 2 weken samenreist naar Thailand. Op 10 oktober stond ik om 8 uur 's ochtends bij de immigratiedienst om mijn visum met een aantal dagen te verlengen aangezien Laos zo goed bevalt. Al gauw bleek dat men hier nogal ruig met documenten omging, mijn al bijna kapotte plastic kaart in het paspoort werd geplet onder een kopieermachine en kwam separaat van het boekje er weer onderuit. Ik kon 'em die middag om drie uur weer ophalen. Ondertussen bezocht ik het Nationale Museum. De tweede verdieping vooral was erg indrukwekkend. Hier werden allerlei foto's en teksten getoond van het Laos tijdens de koloniale tijd en tijdens de Amerikaanse bombardementen. Vooral na dit bezoek kreeg ik nog meer respect voor de vriendelijkheid van de mensen hier.
Om drie uur keerde ik terug naar de immigratiedienst waar ik mijn inmiddels twee delige paspoort ophaalde. Met een paperclip trachtte men de plastic kaar bij het boekje te houden en ik hoopte alleen maar dat ik geen gedonder aan de grens met Thailand zal krijgen in een later stadium. Vervolgens liep ik naar de Patuxai poort, een kleine kopie van de Arc de Triomphe in Parijs, deze is in 1960 gebouwd met cement dat gekocht is van de Verenigde Staten dat eigenlijk bedoeld was voor het bouwen van een nieuwe luchthaven. Door het drukke verkeer was het vrij moeilijk om de kruising over te steken naar de poort, maar een Lao studente, Noy genaamd, greep snel mijn hand en sleurde me zowat naar de overkant. Ze wilde heel graag Engels spreken en liep daarom ook maar mee de trappen op naar boven voor een mooi uitzicht over de stad. De helft van de tijd begreep ik haar niet en zij mij niet, maar het was een lollige ervaring. Vervolgens liep ze mee het park in en we kochten iets te drinken en monoloogden nog wat verder op een bankje. Tegen zonsondergang ging ik terug naar de Mekong rivier in het centrum. Vanaf het terras waar ik de zonsondergang bekeek kon je aan de overkant Thailand zien liggen. Een paar minuten later kwam ik Judith, een Duits meisje tegen die ook mee was met de toer naar het Bolaven Plateau, en nog een minuut later Oliver die ik had leren kennen in Don Det. Samen met Annemieke, Jenny en bovengenoemden aten we wat in een restaurant en eindigden in een gezellige bar.
De volgende ochtend vertrokken Jenny en Annemieke naar Luang Prabang en ik 's middags naar Vang Vieng. De reis was wederom goed, duurde maar 3 uur en ik zat voorin een minibus waar ik een goed uitzicht had op de ietwat hobbelige en kronkelende weg. Bij aankomst in Vang Vieng had ik al gauw door dat dit een toeristen walhalla is. Hossende bier drinkende Europeanen en overal schalt de serie Friends uit de tv's. Thuis had ik de serie ook nog nooit gezien en had ook geen behoefte mij aan de andere kant van de wereld hierin te verdiepen. Beetje gemengde gevoelens over deze plaats, maar aan de andere kant toch ook wel gezellig. Ik ontmoette een Zwitsers meisje, waar ik de gehele avond mijn Duits weer op peil kon brengen.
Woensdag 12 oktober huurde ik 's ochtends een mountainbike en fietste in de bloedhitte 6 heuvelachtige kilometers naar de Tham Phu Kam grot. Om op de juiste weg te komen moest ik eerst met fiets en al in een bootje de rivier oversteken. Aan de overkant begon de onverharde-geen schaduw te bekennen-weg. Ik kwam door kleine boerendorpjes en van alle kanten werd er weer intensief gezwaaid door de kinderen. In geen velden of wegen was een andere toerist te bekennen en ik kon schitterende foto's maken van het landschap. Om bij de grot te komen moest ik door wat overstromingen waden met fiets en al maar dat maakte het des te avontuurlijker. Helemaal bezweet kwam ik bij de grot aan waar ik vervolgens nog tweehonderd meter via rotsen omhoog moest klimmen om in de grot te komen. Bij de ingang had ik een zaklantaarn van een local gekregen en in de grot zag ik dan eindelijk waar het me allemaal om ging: een bronzen boeddha. Het was een gaaf gevoel om na zo'n inspanning toch het doel te hebben bereikt. Eenmaal weer naar beneden geklommen kon ik lekker bijkomen in een tuin aan een pittoreske rivier. Rond een uur of twee fietste ik weer terug en bedacht me tijdens al het gezweet hoe die wielrenners in Frankrijk het toch voorelkaar krijgen zo hard bergen op te fietsen. Diezelfde dag was Oliver ook richting Vang Vieng gereisd en 's avonds aten we wat in de Sunrise bar samen met een Grant een Amerikaanse jongen die hij tijdens zijn busreis had leren kennen.

Sunday, October 09, 2005

Lao Lao, watervallen en karaokebussen

Donderdag 6 oktober. De nacht was heerlijk koel geweest in het bamboehutje. Bij het ontbijt kwam ik Annemieke tegen. Het resort was toch niet zo goed bevallen. Haar kamer was ontzettend warm geweest en had geen enkele vorm van ventilatie. Maar dat kon haar gevoel voor humor niet drukken en ze besloot toch nog maar een nacht in het resort te verblijven. Bij het ontbijt schoven Griffin en Johan aan die we de vorige avond hadden leren kennen en besloten gevieren een fietstocht naar het naastgelegen eiland Don Kohn te maken. Beide eilanden zijn erg rustig en eigenlijk leef je temidden van allerlei kleine boerderijtjes. Af en toe werden de koeien uitgelaten in het water en overal hoorden we varkens knorren. Lekker landelijk. Don Det is via een brug verbonden met Don Khon en eenmaal op het andere eiland was de eerste bezienswaardigheid een waterval. Daarna wilden we een verlaten spoor bekijken die de Fransen hadden achtergelaten, het enige spoor in Laos, maar we troffen alleen een verroeste locomotief aan. Het spoor was destijds aangelegd om producten te kunnen exporteren naar Vietnam, welke niet met een boot over de rivier tegen de stroom in vervoerd konden worden. Na terugkomst op Don Det aten we 's avonds met een groep van twaalf bij een of andere Rasta tent, waar de eigenaresse die compleet onder invloed was van veel Lao,Lao (de nationale sterkste drank van Laos die naar terpentine smaakt) de stemming er goed in bracht. We hadden leuke gesprekken over andere reisbestemmingen en ook of een digitale camera nu beter was dan een gewone en of MP3's downloaden leuker was dan een cd kopen in de winkel. Ieder had zo zijn eigen mening en aan het einde van de avond waren we er nog steeds niet uit. Half twaalf was het afgelopen met de elektriciteit zodat iedereen min of meer gedwongen werd te gaan slapen. Annemieke en ik hadden een boot-/buskaartje gekocht bij een restaurant annex reisbureau en zo stond ik de volgende ochtend op de veranda mijn tas in te pakken. Het vertrek zou half negen zijn, maar de medewerkster van het restaurant stond om acht uur al voor mijn deur te popelen om mijn tas mee te slepen naar het restaurant. Slaapwandelend holde ik achter haar aan en ik kreeg snel een ontbijt toegestopt, een keuze maken was onmogelijk, vervolgens werd ik achter mijn tafel weggesleept want er moest betaald worden en ik kon nog een slok thee nemen en werd de boot ingejaagd. Vanwaar toch die haast? Het hele geheel werkte nogal op mijn lachspieren toen ik zag dat Annemieke hetzelfde overkwam. Aan de overkant van de rivier konden we vervolgens anderhalf uur wachten totdat de bus naar Pakse vertrok. Tsja dan sta je wel een beetje gefrusteerd te kijken. Binnen drie uur waren we terug in Pakse en 's middags liep ik even door de stad welke niet echt groot maar wel gemoedelijk bleek te zijn. 's Avonds gingen we wat eten met een ietwat Zweed, die ook in het hostel verbleef, bij een Indiaas restaurant. Bij terugkomst troffen we nog een Zwitserse man die met zijn Nederlandse vrouw en twee kinderen een jaar op reis was. Hij vertelde indrukwekkende reisverhalen. Op zaterdagmorgen 8 oktober vertrokken we met een toer naar het Bolaven Plateau, gelegen op 700 meter. In het busje zaten twee gezellige Friese meiden uit Makkum, een hopeloos irritant stel uit Emmen, een vriendelijke Israelier, Duitse en Australische en nog twee anderen die erachter kwamen dat ze dezelfde tour de vorige dag al hadden gedaan. Vooral dat laatste was erg lachwekkend. De eerste stop was bij een theeplantage. Het hele thee productieproces werd uitgelegd en vervolgens kregen we thee aangeboden waarop de irritante Emmeraar bot te kennen gaf dat hij thee smerig vond. De twee die in de verkeerde bus waren gestapt gingen terug naar Pakse en wij reden door naar de eerste waterval, waar het Bolaven plateau velen van heeft. Het was een gaaf gezicht in de groene omgeving. Een half uur later stonden we bij de tweede waterval en we liepen een stuk door de bossen waar we rivier moestten doorwaden om aan de overkant te komen. Ik viel bijna om door een losliggende steen en Annemieke verloor haast haar slipper in de stroming. Na de wandeling kregen we een lunch aangeboden en vervolgens bezochten we een traditioneel dorpje met zijn inwoners, wat op zich leuk was maar waar je het gevoel kreeg dat je aan het "aapjes" kijken was. De regering geeft deze mensen geld om in de mooie omgeving te wonen en in ruil moet men vriendelijk zijn tegen de toeristen. Onze gids zei dat de mensen het leuk vinden dat je langskomt en dat ze zo naar je kijken omdat ze nog nooit(!) een blanke hebben gezien. Elke dag komen er hordes toeristen... een wat minder geslaagde stop dus, maar het werd weer goed gemaakt door nog drie watervallen. Rond vijf uur reden we terug naar Pakse. Onderweg kwam er een verfrissende stortvloed van regen over de open bus heen en bij aankomst anderhalf uur later in Pakse was iedereen doorweekt. Ik nam een douche in het hostel en vervolgens ging ik met Annemieke ergens eten voordat we zouden vertrekken met de nachtbus naar Vientiane. In het restaurant begroetten we bij toeval Griffin. Om half negen vertrok de bus. Het was een superdeluxe ding en daar was men dan ook erg trots op. Er werd geadverteerd dat er een toilet, karaoke, video en airco in zat en alle dingen, afgezien van het toilet, werd op volle kracht aangezet. We kregen een bak rijst toegworpen waar niemand echter aan begon en wij de locals in hun handelingen maar volgden en het ding ook dicht lieten zitten. We neurienden wat mee met de zoetsappige karaoke en toen ik wat wilde lezen werd het licht uitgezet? Huh, stel je voor dat je net aan je diner was begonnen. De logica was compleet zoek. Iedereen viel haast op commando in slaap en om half twee werden we door loeiende karaoke en fel licht gewekt voor de eerste stop. Nu werd duidelijk dat iedereen met zijn rijst had gewacht tot dit "grote" moment en het was een levendigheid van jewelste op het busstation. Binnen tien minuten zaten we weer in complete donker in de bus en de rust was weergekeerd om vervolgens om zes uur de hele kermis opnieuw te laten beginnen en al snel kwamen we in Vientiane aan. Een leuke chaotische reis al met al. We gingen eerst naar het Dragon hostel waar Annemieke wilde verblijven, maar bij binnenkomst was de eigenaresse die op de vloer lag te slapen niet wakker te krijgen. We liepen door richting de hostels aan de Mekong rivier en vonden Joe Guesthouse. Het zat vol, maar we konden wel even ontbijten en wachten opdat er kamers vrij zouden komen. Na anderhalfuur te hebben rondgehangen was er maar plaats voor 1 persoon en daarom nam ik mijn intrek in het Saylomyen guesthouse drie straten verderop.

Friday, October 07, 2005

Op de brommert

Dinsdag 4 oktober. 's Ochtends eerst naar de bank om Thaise Baht in te wisselen voor Laos Kip. Je voelt je ontzettend rijk als je met een megapak papiergeld de bank weer uitloopt. En je ondertussen beseft dat alle biljetten bijna niks waard zijn. 500 Kip is 0,50$ en munten doet men hier niet aan. Wanneer je ergens betaalt lijkt het net alsof je, je in een casino waant wanneer beide partijen met een pak geld begint te zwaaien. Om negen uur had ik met Annemieke afgesproken, maar de klok bij de bank gaf al aan dat er blijkbaar een uur tijdsverschil met Thailand is. Gelukkig was Annemieke hier ook nog niet van op de hoogte en was ik alsnog optijd. Na het ontbijt huurden we beiden een scooter om naar Wat Phu, een tempel, in Champasak te rijden. Dit was mijn eerste scooter-ervaring en de jongen van het guesthouse gaf een hopeloze korte uitleg en na een kwartier stuntelen en slappe lach reden we weg. De eerste stop was bij het benzinestation, welke dicht was, maar personeel was wel aanwezig. We wilden verder, maar Annemieke kreeg haar scooter niet meer aan de praat. De Lao mensen zijn ontzettend vriendelijk en spontaan begon iemand aan haar scooter te sleutelen om vervolgens na een half uur te constateren dat de benzine op was. Dus eerst weer terug naar het hostel voor een beter exmplaar. Een volgend tankstation was wel open en zo waren we dan eindelijk klaar voor de rit naar Wat Phu, anderhalf uur rijden vanaf Pakse. Onderweg zagen we knalgroene rijstvelden met heuvels op de achtergrond. En door de locals werden we als helden nagezwaaid. Op een hoek was een klein terrasje waar we even pauzeerden. Wat bleek nu, dat hier ook de afslag richting Wat Phu was. Wat een mazzel dat we gestopt waren anders hadden we het bord dat achter een struik verstopt was nooit gezien en veel te ver doorgereden. Er zaten vrouwen langs de weg die een soort struik zoete aardappelen verkochten en elke keer wanneer er een busje langsreed renden ze erop af om iets te verkopen. We reden vervolgens richting de baai om de rivier naar Champasak over te steken. Op zich geen probleem ware het niet dat je, je scooter moest plaatsen op twee aanelkaar geknoopte kano's met een houten plank erop. Terwijl men ons hielp dit voorelkaar te krijgen kocht ik een bos aardappelen van een verkoopster. Je weet nooit of je ze in geval van nood nog kon gebruiken. Eenmaal aan de overkant was het nog acht kilometer rijden totaan Wat Phu, een oude Khmer tempel ruine. Het naast gelegen museum was niet heel interessant maar de tempelruine daarentegen wel. Steile trappen brachten je uiteindelijk bij drie buddha's en wanneer je omkeek een schitterend uitzicht over de valei. Daarna moesten we snel terug naar Pakse want het begon al te schemeren. Het laatste half uur reden we in het donker, er is ook geen straatverlichting en de insecten vlogen aan alle kanten om het hoofd. Na het eten dronken we nog een aantal Beerlao bier in het hostel en werd het gezellig zitten met andere reizigers.
Annemieke had gevraagd of ik meeging naar Si Phan Don ("vierduizend eilanden") in de Mekong rivier in het zuiden van Laos. En zo vertrokken we 5 oktober in de ochtend naar Ban Nakasang. Het vervoer werd weer met een Jumbo (busje/truck/laadbak) en ditmaal gelukkig met iets minder mensen aan boord, maar daarvoor in de plaats een mand met speenvarkens en een stinkende vrucht. De reis schoot lekker op en halverwege werd er een stop gemaakt waar verkopers allerlei voedsel verkochten van gegrilde kip tot gefrituurde sprinkhanen toe. Ik bedankte beleefd. Bij aankomst in Ban Nakasang namen we een bootje naar het exotische eiland Don Det naar het plaatsje Ban Hua Det. Annemieke besloot in het luxe resort te verblijven en ik nam mijn intrek in een eenvoudig bamboehutje aan de rivier met twee hangmatten op de veranda. 's Avonds ontmoetten we Oliver, die ook bij ons in het busje had gezeten, Griffin, Johan (een ietwat zuurpruimerige Nederlander) en een Israelisch koppel. Het leuke aan Don Det is dat het nog niet wordt overlopen door de toeristen en dat alleen tussen zes en elf uur 's avonds elektriciteit aanwezig is. Het werd een avond vol grappige verhalen en veel bestellingen van voedsel en drank. Eenmaal terug in mijn hut rond elven ging de elektriciteit uit en heel Don Det was pikdonker en je hoorde alleen het geluid van de dieren.

Tuesday, October 04, 2005

Handen en voeten

Zondag 2 oktober. Heerlijk uitgeslapen werd ik rond een uur of tien wakker. Na het ontbijt begon het enorm te regenen, dus lekker naar buiten zat er niet in. Na een prijsvergelijking van treinkaartjes naar Ubon Ratchathani kocht ik er uiteindelijk een voor vertrek de volgende dag. Daarna klaarde de lucht zowaar op en wandelde ik richting het Grand Palace om vervolgens een overtocht naar de andere kant van de rivier te maken. Daar het Wat Arun bekeken, een mooi groot tempelcomplex waar allerlei scherven Chinees porcelein in verwerkt waren. Na terugkomst bij het hostel heb ik een Thaise massage genomen waar je werkelijk al je spierpijn kwijtraakt, fantastisch gevoel. Mie, de Deense, bleek ook een massage te hebben gehad en om het spierpijnloze gevoel te vieren gingen we ergens wat eten en drinken en belandden vervolgens in een barretje op Soi Rambutri. Het werd een leuk gesprek over het rechtse politieke denken in Denemarken en ook over deelname aan de Euro waar ze niet voor is omdat Denemarken zo mooi gekleurd geld heeft. Bij terugkomst in het hostel bleek dat deze al gesloten was en namen we afscheid omdat ik de volgende dag naar Laos vertrok. De volgende ochtend bracht een taxi mij om kwart voor vijf naar het Banglamphu station. Bij aankomst in de hal zaten/lagen alle reizigers keurig op, in rijen opgestelde, stoelen te wachten op hun trein. Wanneer iemand op meerdere stoelen lagen te slapen was een tikje van de controlerende politie genoeg om ze weer rechtop te doen zitten. Ik moest erg lachen om een net mannetje die een plastic barbie-achtig koffertje in handen hield en verderop een vrouw met smetvrees die tien keer over haar stoel wreef alvorens erop te gaan zitten. Mijn trein naar Ubon Ratchathani in het oosten van Thailand vertrok precies om kwart voor zes en inmiddels werd het alweer wat licht. De trein had airco dus het was even heerlijk bijkomen van de broeierige hitte. Halverwege de reis werd de gereserveerde stoel naast mij bezet door Phipat, een Thaise jongen die werkte als computerkenner bij een klein bedrijf. Het werd een gesprek van drie uur van corrupte politici tot waarom hij toch van die lange nagels had. Ondertussen ging de airco stuk en degene die eronder zat kreeg een koude douche. Om twee uur kwam ik in Ubon Ratchathani aan waar men mij had verzekerd dat ik een bus naar de grensplaats Chong Mek kon krijgen. Niemand bleek Engels te spreken en ik geen Thai. Uiteindelijk nam een vriendelijk oud vrouwtje me mee naar haar tuk-tuk (driewielmotor taxi) en scheurde me naar het locale busstation. Ik was de enige toerist en werd door iedereen opgevangen en meteen weer in een bus gezet die naar het plaatsje Phibun zou gaan. Onderweg draaiden ze Thaise Karaoke waar je uit uiteindelijk zelfs een beetje op mee gaat deinen. Het was vooral een snelle rit en in Phibon werd ik weer uit de bus gesleurd door de volgende persoon die mij in een soort pick-up truck richting Chong Mek plaatsen. Echt geweldig hoe je van de ene verbazing in de andere valt. De truck zat vol vrouwen die net van de markt kwamen en we zaten met zijn allen opgepakt tussen de boodschappen. Een vrouw met een gehavend gebit bleef maar in het Thais tegen mij aan kletsen, maar ik verstond er echt niks van. Ze praatte nogal met aanrakingen waar ik niet van gediend was en dat vervolgens ook probeerde duidelijk te maken. Een wel Engelssprekende Thai kon mij duidelijk maken dat dat in Thailand heel normaal is, maar ik legde uit dat ik het niet gewend ben. De vrouw kreeg de boodschap en raakte me vervolgens bij wijze van grap nog een aantal keer aan en onder hard lachen verliet ze de truck. In Chong Mek werd ik meteen weer door een local begeleid naar de grens met Laos, zo vriendelijk. Het was inmiddels bijna vijf uur en ik bleek te laat voor een visum, maar door toeschuiven van wat dollars was men bereid een uitzondering te maken. Tijdens het invullen van alle formulieren droop het zweet van me af maar het was voor een goed doel. Na een kilometer lopen kwam ik dan echt in Laos en daar stonden weer een aantal locale trucks klaar. Dit keer werd ik bij 19 anderen ingepropt. Het leek wel het "wedden dat" van Laos. Elke vijf minuten werd er gestopt om weer wat boodschappen, kippen, kikkers bij de truck in te laden, het deed me denken aan Bolivia en India. Heerlijke chaos. Het werd al donker en om zeven uur kwam ik in Pakse aan waar een tuk-tuk me bij hostel Sabaidi 2 afzette dat vol bleek te zijn. Even verderop was hostel Sedone river, aan de gelijknamige rivier. Een goeie kamer en ik was blij dat ik er was. Maar de reis was een super ervaring. Met twee Duitse meisje Tine en Sonja liep ik terug naar het Sabaidi hostel waar ik wat ging eten en toevallig trof ik daar Annemieke weer aan. Een gezellig weerzien.